Camping

“He buurvrouw, hoi Kobus, wat kijken jullie somber!”
Buurvrouw was een stevige, of zo, zoals voorgeschreven wetten van de moraalpolitie, ‘enorme’ vrouw, met een de lijn een, ofwel hondenriem, ook stevige maar niet enorme labrador, die er goed doorvoed, maar slecht gecoiffeerd, op die deze vrolijk klinkende, maar serieus bedoelde openingszin was gericht.
“Ja, ik moet op bezoek naar mijn zus.”
“Maar ik had begrepen dat uw zuster tot uw betere kennissen of zelfs vriendinnen wordt gerekend, waarom dan somber?”
“Nou, mijn zuster, waar ik inderdaad een geweldige relatie mee heb, is neergestreken op een camping en camping en dat wil zeggen dat ik na eerst een rit van twee uur, uren op een metalen ding waar wat slappe stof is gespannen moet staren en worden aangestaard aan andere figuren die duidelijk lijden aan een vergaande staat van masochisme en zelfkastijding.”
“Tja, ik begrijp uw weerzin. Het is toch raar dat mensen tijdens vakantie, bedoeld om even tot rust komen, juist kiezen voor dit soort bezigheden waar zelfs Tibetaanse monniken, opgesloten in duistere spelonken van hooggelegen kloosters, van zouden terug schrikken.”
“Ja, inderdaad, rare jongens en meisjes die campingverslaafden. Nou ik was er klaar mee toen wij, tijdens de crisis van de jaren ’80 onze woning hadden verkocht, om vanuit een dorp terug te verhuizen naar de stad, het was de tijd dat dorpen nog besloten gemeenschappen die er veel moeite door deden je als “import” niet welkom te voelen.
Wel, de verkoop lukte, ondanks de hypotheekrente van 15%, maar we moesten er uit, terwijl ons nieuwe optrekje nog niet gereed was voor oplevering. Maar een familielid met groot netwerk wist voor ons een stacaravan met een vaste plaats in Oisterwijk, wat door bovensloters vaak verkeerd wordt uitgesproken, het is Oosterwijk.
Helaas was het tijdens de vakantieperiode en ineens werd de hele camping overstroomd door tientallen bovensloters, gepaard met pallets vol van dat vieze Heineken, die blijkbaar exact in dezelfde volgorde als in hun woonplaats aan de Maas, naast elkaar gingen hokken.
Blijkbaar inclusief het fenomeen dat we in Brabant niet kenden, straten met rode lampen en gevallen vrouwen. Zit je daar met jonge kinderen tegenover.
Nee, nooooooit meer een camping, dat is geen vakantie, dat is marteling.”
“Maar buur, ik ga maar vertrekken, morgen een bakkie?”
“Dat zul je wel nodig hebben, zet hem erg sterk en mag je in de luie stoel zitten!"
"Ik kijk er naar uit!"

Schrijf als eerde een reactie

© 2022-2026 Ad de Beer. Overnemen en/of publiceren alleen na schriftelijke toestemming en onder vermelding van de bron.