“Wat kijk je alsof je diep in gedachten verzonken bent, beste buur?”
“Ja, ik liet vanochtend mijn hond uit, na ontwaken en wassen mijn ochtendroutine en kwam zo langs de bushalte die direct naast het gebouw waar wij beiden ons domicilie hebben is gelegen, toen ik daar op het bankje, dat tegen de achterzijde van dat hokje is gevestigd, een man, die ogenschijnlijk al vele dagen zonder bewassing wellicht nog langer de barbier niet had bezocht had, liggen ogenschijnlijk in een diepe slaap verzonken.
Tot mijn schrik opende hij echter eerst een oog en daarna het andere en keek me doordringend aan. Niet wetend wat te doen reageerde ik met een nogal aarzelend ‘goedemorgen’ wat hij in gelijke woorden beantwoorde.
‘Beetje ongemakkelijk dat bankje, denk ik’ tja, wist niet wat te zeggen, vond het een vervelende situatie waarop ik met, ik denk weinig gevoel voor understatement vroeg of hij dakloos was.
‘Kijk meneer’ sprak hij, ‘kijk omhoog, de hemel is het dak van mijn huis. Iedere dag heb ik een ander dak. Iedere dag heb ik een andere slaapkamer, mijn woonkamer beslaat vele vierkante kilometers. En u, hoe groot is uw woonkamer, uw slaapkamer heeft iedere dag hetzelfde dak, maakt u dat gelukkig?
ik had ooit ook een huis, veel kleiner dan mijn woning nu’
Ja en dat zette me aan het denken, vooral toen ik weer in mijn appartementje van 65 vierkante meter naar de muren zat te staren.
Ik keek uit het raam en zag de man even verderop een bankje zoeken om rustig te gaan zitten. Hij keek blij en ogenschijnlijk tevreden voor zich uit. Maakte zo nu en dan een praatje met andere mensen. Keek vrolijk naar de mensen die hem vermeden, met een boog om hem heen liepen.
Hij genoot van iets wat zeldzaam is tegenwoordig, vrijheid.”
