‘Lange tenen meneer, lange tenen!‘
Het geluid kwam van een sombere man, die zoals literaire grootmeester het prachtig kunnen omschrijven, met een door jaren of de zucht naar lekkere doch door medici afgeraden genotsmiddelen, doorgroefd gelaat, neerzeeg op het bankje in een park, waar een andere, niet al te jonge, in een boek verzonken man, niet getekend, eerder gelijkend op een jonge god op schilderwerk van een van renaissance Italiaanse grootmeesters der schilderkunst, ofwel een door deze kunstenaars uit het marmer, door het verwijderen van het overtollige gesteende, beeld van mythologische figuur, waardoor een beeld ontstond gelijk de openingsbeelden van de film die het verhaal van Forrest Gump, welk in hoge mate afwijkt van de figuur in het boek, wordt uitgebeeld.
“Lange Poten zult u bedoelen, de Laan in Den Haag, waar onze regering zetelt en zijn majesteit enkele optrekjes heeft, waar heel wat belastinggeld heen gaat, bij de meeste mensen wellicht beter bekend van het bordspel Monopolie, in de kleurgroep geel.”
“Welnee beste man. Ik duidt er slechts op dat de huidige mens iedere vorm van een discours, door de grote filosoof Habermas, neomarxist, die echter in conflict kwam met studentenbeweging omdat hij meende dat die zich ten onrechte op Marx beroept om de eigen handelwijze, het aanzetten tot actie tegen de staat, te legitimeren, en daarom een ‘rode fascist’ werd genoemd en tot vijand van de beweging verklaard, enkel en alleen omdat ze hem tot de eigen beweging rekenden, als perfecte dialoogvorm op basis van gelijkwaardigheid werd benoemd, wat, ik vermeld het maar, ook mijn denkbeeld weerspiegelt, niet hanteren en daardoor meteen in een conflict model belanden waar de hakken diep in het zand gaan waardoor de tenen boven het zand steken, waardoor er makkelijk op getrapt kan wordt.”
De lezer sloeg zijn boek op en reageerde met “droeftoeter” en liep weg.
“Weer zo een”, mompelde de oude man, en verzonk in diepe gedachten.
