Hondenpraat

Het was vroeg in de ochtend en de volle maan die in de nacht blank en bloot,hoewel de goedheilig man met zijn helpers, ze mogen per slot geen knecht meer worden genoemd, nog vredig aan een of andere Costa van zijn pensioen genoot, als een nachtelijk naakt, door de bomen had geschenen, had zich traag terug getrokken in het oosten om plaats te maken voor een roodkoperen zon, die zich een warme dag voorspellend, boven de horizon in het westen verhief.

Een tweetal honden, beide druk doende een man via een riem voort trekken, verschenen ten tonele. Een kleine zwart keffertje, een mengelmoesje van een fors aantal rassen, wat een nogal overspelige stamboom deed veronderstellen, druk snuffelend en op regelmatige plaatsen de blijkbaar goed gevulde blaas ledigend en een bouvier, wat naar verluid een Frans woord is voor bijten, van een formaat waar het keffertje met gemak zonder enige contact onderdoor zou kunnen lopen, die met een blik vol forse eetlust naar het kleine keffertje keek, waarbij liet zien hoe keurig hij zijn tanden had gepoetst.

Omdat ze beiden in de richting van de andere liepen naderden ze elkaar waardoor ze ook dichterbij elkaar kwamen. De bouvier was blijkbaar door zijn baasje nog niet voorzien van een ontbijtje en de bloeddorst en honger straalde uit zijn ogen.
Niet vermoedend van het naderende gevaar liep de kleine hond vrolijk wapperend met zijn staart het dreigende gevaar tegemoet. Noch zijn baasje noch het baasje van de bouvier ontwaarden het toekomstige bloedbad, ze waren verdronken in de beelden die vanuit hun smartphone aan hen werden afgevuurd.

En toen gebeurde het, terwijl de bouvier zijn bek opende voor de hors-d'oeuvre keek de kleine keffer hem aan met een blik die geen enkele vorm van angst voor het nakende gevaar vertoonde. In tegendeel, hij begon zo hard te grommen en te blaffen dat de nog in diepe rust verkerende buurtbewoners in een klap uit hun slaap of andere bezigheden, welke ik, mede omdat ik er ook maar naar moet gissen, in verband van mijn jongere lezers niet kan vertellen, het kan ook het bereiden van een half-hard gekookt eitje, zet zetten van een kopje koffie of het trekken van een kopje thee zijn, dus ik laat het meer aan uw rijke fantasie over, deed komen.

De eigenaar van het beestje, keek op van zijn scherm. richtte zich tot het beesje en sprak een reeks van woorden, die, laat ik volstaan niet stroken met de woorden “gij zult de naam van uw heer niet zonder eerbied gebruiken”, in hoog tempo na elkaar uit, totdat zijn nogal uitgebreide vocabulaire daaromtrent in zijn geheel was uitgesproken, wat overigens geen enkele uitwerking had op het kleine mormel.

“Pittig beestje” reageerde eigenaar van de bouvier, die inmiddels al zijn eetlust verloren was. “lekker weer vandaag!”
“Ik heb het nog niet geproefd.”
"Ik ook niet" dacht de bouvier.

Ze liepen verder, de keffer met een blik  vol trots en arrogantie, de bouvier met een treffende imitatie van een boer met kiespijn waarbij hij huiverde omdat er even een koude bries door de straat ging.

Schrijf als eerde een reactie

© 2022-2026 Ad de Beer. Overnemen en/of publiceren alleen na schriftelijke toestemming en onder vermelding van de bron.