Ondanks mijn vooroordelen, versterkt door een bewoner van het ouderenverzamelgebouw waar wij ons domicilie hebben, die te pas en te onpas iedereen, of men het wil horen of niet, kond doet van zijn heldendaden, waaronder twee keer het reanimeren van de buschauffeur, waarna hij de held werd door de bus veilig af te doen dalen door meer haarspeldbochten dan de befaamde Pass di Stelvio en onderwijl nog even een doodsbange medereiziger een zak over het hoofd te trekken.
Stel je voor dat hij, die erom bekend staat, gelijk een van die knapen in verre Oosterse landen, ineens te materialiseren waar niemand hem verwacht, ook in die bus zou zitten.
Maar we raapten de moed bij elkaar en in de vroege ochtend stonden we op een ophaallocatie, waar ons zoon ons heen had getransporteerd te wachten op de bus, rondkijkend of onze medebewoner ineens ergens tevoorschijn kwam. Maar nee, en toen hij ook niet in de bus bleek te zitten, was onze angst gedaald.
Ook op de volgende opstappunten kwam hij niet, wel een groep uitgelaten limburgers die druk doende waren met communicatie in hun taal, maar gaandeweg gezellig bleken te zijn en ons al de idee dat we in het buitenland vertoefden brachten.
Nadat de laatste reizigers waren ingestapt en het gezelschap dus compleet was en “hij wiens naam we niet noemen” niet toch ineens was gematerialiseerd, togen wij, dat wil zeggen de bus, bestuurd door een lieve en humorvolle oudere dame, richting de grens van Duitsland.
Toen we dat grensoverschrijdende gedrag naderden waarschuwde de reisleiding ons ervoor dat er controle door de grenspolitie was. Controle of asielzoekers die in Nederland geen plaats hadden hun heil wilden zoeken in Duitsland.
“Als de vragen wat de gemiddelde leeftijd van de inzittenden is, 71 zeggen” doceerde de chauffeur! Ik keek eens rond en dacht “als ze dat geloven dan zijn ze gek daar”.
Maar we mochten gewoon door, geen stress, we waren in het buitenland. De reis was echt begonnen.
We raakten aan de praat met een oudere dame, 84 jaar jong, die ons vertelde dat “De Overgang”, de mannengriep van vrouwen op middelbare leeftijd die willen klagen, over was, maar dat ze nu aan “De Ondergang” bezig was.
“Och dat valt wel mee” zei ik in een opwelling van empathie, veroorzaakt door de opluchting dat “hij” niet in de bus zat denk ik.
“Och ja, blijven ademen en veel reizen” zei ze vol levenswijsheid. Het was haar vierde reis dit jaar en het was pas eind april.
Al snel bleek dat wij, naast een paar dames van middelbare leeftijd die met hun verweduwde moeder meereisden, veruit de jongste waren en op een ander koppel na het enige getrouwde stel waren.
Dat andere koppel was duidelijk al lang klaar met hun huwelijk. Hij liep braaf mee met haar. Zij ging in de plaatsjes waar wij werden gedropt alle winkels binnen, hij bleef dan buiten en strompelde een beetje op een neer en als er iets rondborstig hoogblonds aan kan lopen keek hij daar vol verlangen en nostalgie naar, wetend dat het voor hem wat dat betreft te laat was.
Op een gegeven moment kwam hij naar me toe, kijk schichtig rond en fluisterde “ze denkt dat ik doof ben, maar ik doe net of ik haar niet hoor, zo ben ik al 10 jaar doorgekomen, denk daaraan later”. Met een vette glimlach liep hij door.
We bezochten mooie plaatsen, een prachtige bloementuin en werden nat in Schaffhausen.
Al met al, een paar ervaringen en een wijze les rijker, kwamen we weer thuis. Het was leuk geweest, wie weet nog eens een keer. Maar eerst kijken of “hij” dan ook niet op vakantie is.
