“Hallo buurman, gaat u voor uit?”
De vraag werd gesteld door een medebewoonster met een, om het politiek correct te benoemen een figuur zoals dat van de vrouwen die Vlaamse barokschilder en diplomaat Peter Paul Rubens kunstig met overgave en ruime hoeveelheden olieverf, aan op linnen weer placht te geven.
De aangesproken man, begin 70, maar nog helder van geest, met een figuur waar slechts weinig beoefenaars van de schilderkunst enige inspiratie uit hebben gehaald, dus verre van het ideaal beeld van Griekse of Romeins goden, heersers of helden, zoals Adonis of de David van Michelangelo die in volle glorie met enige wellust in de ogen uitkijkt op de talloze toeristen in Verona, maar toch getuigend van de gewoonte regelmatig de oefeningen van lichaamlijke opvoeding uit te voeren.
“Het gaat zeker vooruit, langzaam, soms als een Echternach processie, waar men na drie stappen voorwaarts weer twee stappen op de schreden terug gaat.”
“Nee, beste man, ik bedoel of u voor uit gaat dan wel achter uit.”
“Zoals ik al zei, wellicht zal ik mijn toon iets verheffen, meer vooruit dan achteruit.”
“Ik bedoel of u uw schreden richting de voordeur dan wel de achterdeur wilt richten om de hond, die overigens schattig is, en via een lijntje met u verbonden, een boom in deze tijd van droogte zal gaan bewateren.”
“Oh, bedoelde u voor- danwel achter- uit. Haha, ja, ik nam u even in het ootje, ik begreep uw vraag uiteraard wel. Nee, we bewegen ons naar de zijdeur, dan hebben wij, hoop ik maar, minder last van onze medebewoner, ooit agent der politie, wat hij beweert, maar hij was eigenlijk gewoon receptionist op het bureau, die meent nu nog steeds iedereen te moeten corrigeren op gedrag dat niet strookt met zijn ongeschreven en zelf verzonnen regels.”
“Die is ziek heb ik vernomen, hij zal dus niet op wacht staan!”
“Je weet maar nooit dat hij vooruit is gegaan en daarna weer voor uit danwel achter uit. Dus we gaan naar de zijdeur.”
“Succes en sterkte, je weet nooit of en waar hij verschijnt.”
“Een prettig avond verder. Hopen dat het niet regent.”
“Volgens de verwachtingen gaat het weer weer vooruit.”
“Dan neem ik toch maar de achterdeur.”
