Zonsverduistering

Ze stonden, hand in hand, in de wetenschap dat het laatste keer in hun leven zou zijn, de ogen netjes beveiligd door een langere tijd geleden eclipsbril, wat zeker de laatste dagen een ware cashcow was geworden van geldbeluste handelaren op marktplaats, samen ingetogen te kijken hoe de maan zich langzaam maar zeker voor de zon scheen, wat de koperen ploert, die al maanden de aarde verschroeide, even wat op de achtergrond drukte.
Ze ademden zacht en lichtelijk verrukt van het schouwspel dat zich voor hun ogen voltrok toen ineens hun zicht verdween. Het was een oudere man die hen het zicht ontnam en  nadat ze hem aankeken, meteen het woord nam.
“Wat zijn jullie aan het doen?”
“Oh, kijken of de Russen al komen” antwoorde de man met weinig gevoel voor understatement.
“Doe niet zo dom.” Sprak de vrouw op een berispende toon “Nee, we kijken naar de zonsverduistering.
De oude man keek hen aan met een blik of hij het ver weg, richting Keulen zowat, hoorde donderen.
“Uw mond is opengevallen en er druipt een beetje slijm op uw imposante kin, zal ik u een doekje aanreiken?” zei de man, die daar meteen door een blik als een bliksem, gericht op meer dan pijnigen, mee werd gecorrigeerd.
“Weet u het dan niet van de zonsverduistering?” zei de vrouw.
“Ja, kranten, televisienieuws, social netwerken staan er al weken vol mee.”
“Nee, niet gezien, de krant lees ik niet meer en televisie is zo moeilijk geworden. En internet, nee, ik heb dat wel gehoord van de kleinkinderen, die zitten de hele dag te loeren naar dat schermpje waar bepaalde figuren minutenlang onzin uitkramen. Ik heb daar eens drie seconden naar gekeken. Zo vermoeiend, snapte ik meteen waarom ze die racemeneer drankjes moeten drinken.”
“Dus u weet niet dat het vandaag, de 12e zonsverduistering zo zijn? Kijk anders even door een brilletje van ons.”
“Nee, ik hoef de russen niet te zien, heb er genoeg gezien in de oorlog.”
“Dat waren Duitsers….” Daar was de blik weer die maar nauwelijks doel mistte.
“Nou ja, vandaag is het dus de twaalfde? Ja, dan is het morgen de dertiende dus denk ik. Ga ik de hele dag binnen zitten, zeker als de russen komen.” Hij knikte en liep een paar stappen door, keek om zich heen, wees even naar het gebouw achter hen en stapte langzaam die kant op.
“Triskaidekafobie denk ik zie de man.”
“Och nee, ik denk eerder dementie, arme man. Kom kijken, het is bijna op zijn hoogtepunt.”
“Het mijne kan ik vandaag wel vergeten denk ik.”


Deze tekst is in zijn geheel vervaardigd door menslijke intellligentie en talent, zonder enige inbreng van enige ondersteuning van welke ICT toepassing dan ook.

Schrijf als eerde een reactie

© 2022-2026 Ad de Beer. Overnemen en/of publiceren alleen na schriftelijke toestemming en onder vermelding van de bron.