Zweden

We moeten tegen de Zweden.

Nu zien sommige mannen Zweden als het land waar blonde deernen slechts gekleed in een bikini die minder stof dan een doorsnee zakdoek op ijsberen jagen, maar dat is niets meer dan een fabel, er leven geen ijsberen in het wild in Zweden.
En, hoewel veel vrouwen van buiten blond zijn, is de binnenkant soms aanzienlijk minder charmant.
Zo heb ik er een mogen ontmoeten in mijn rijke loopbaan, onder meer bij een bekend bedrijf in het zuiden waar men vaak vergeefs poogde automobielen in elkaar te schroeven.
Daar kwam op een goede dag een mooie automobiel voorrijden. En dat was voor veel van de medewerkers, die vaak een grote liefde hadden voor automobielen, het sein om zich, van buiten af gezien, achter, maar vanuit de binnenkant voor, de vensters te verzamelen om die te beoordelen.
Maar toen een nylonkous zich uit het portier stak,  gevuld met een been, dat er geen been inzag zich tot ver boven de knie te vertonen, waar meerder honden, zeg maar mannen achter het  raam, ongetwijfeld gaarne om  gevochten zouden hebben om te zorgen dat geen derde er mee heenliep. Evenwel, het was niet het enige beentje, dat daar gelicht werd, want het werd in zijn volle verrukkelijkheid geëvenaard door het volgende been, dat te voorschijn kwam. Dit alles bleek spoedig nog slechts een begin te zijn, aan de benen zaten dijbenen vast, en daarboven weer bleek zich een lichaam te bevinden, dat eindigde in een hoofd, hoogblond.
Het bleek de personeel manager van een klant te zijn en ik, indertijd nog een stuk jonger dan nu, mocht met haar in conversatie gaan aangaande de klus waar ik voor ingehuurd was.
Helaas bleek weer eens dat uiterlijke schoonheid geen garantie is voor innerlijke schoonheid en was meer, Elvis bezong het nog, een 'Devil in Disguise' en zal iedere ijsbeer al snel het hazenpad hebben gekozen mocht hij haar ontwaren in een zonnepakje, dat — om een militaire uitdrukking te gebruiken — niet meer is dan een vluchtige camouflage van de strategische punten inhoudt.
Hoewel ze  redelijk uit de voeten kon in de Engelse taal brabbelde ze zo nu en dan met haar meegebrachte onderdanen in een taaltje dat een ernstige kwaal deed vermoeden. Het bleek Zweeds te zijn, wat veel weg heeft van een constante vorm van dronkenschap, wat overigens met name bij haar mannelijke onderdanen de norm bleek te zijn als ze in ons land verbleven.
Helaas wisten de Japanners met een slimme zet, of was het de domheid van de Zweden, de macht in het bedrijf over te nemen en wie weet is ze nu de behoedster van het schoteltje in het blank souterrain, waar de beken van het nachtleven ontspringen, waar mannen zich in marmeren nissen  terug trekken om wat te mediteren over het oude Griekse woord: Panta rhei. Alles stroomt.

Schrijf als eerde een reactie

© 2022-2026 Ad de Beer. Overnemen en/of publiceren alleen na schriftelijke toestemming en onder vermelding van de bron.