“Ik kan er de woorden niet voor vinden” de stamelde de grijzende man, het type van een heer in verval, duidelijk een eenzame, want zijn boordje was goor en op zijn zwarte jas zaten vlekken, die mijn vrouw niet zou gedogen.
Als in een reflex vluchtten meerdere van de omstanders, de klaarblijkelijk tot zijn ervaringsdeskundigen, wat voor mij niet gold, behoorden, weg, druk uitvluchten prevelend als “De kat moet jongen.” De planten moeten water.” “Gaat niet goed met opa” en dat heb ik geweten, want hij had woorden teveel gevonden, veel te veel.
“Heb je dat gezien op TV? Te gek toch? Ik zeg dat net nog tegen mijn vrouw, maar die is het alweer vergeten, nou ik niet! Daar zit het nog best hoor toch?” Hij wees met twee priemende vingers naar een plekje tussen zijn terugtrekkende haarlijn en oor, waar ik een vlekje zag.
“Nou, wat ze ja allemaal geven op zo’n avond het nieuws, je bent meteen aan een borrel toe toch niet? Nou komt er een deskundige die weet te vertellen dat je van alcohol kanker krijgt” - ik dacht meteen aan dat vlekje”- en dat ze dat bij die Appie Hein niet meer moeten verkopen, dus ik naar de Jumbo meneer, hebben ze ook een slijterij meneer, kun je een Vlekje kopen!” -daar komt dat dus vandaan dacht ik en moest bijna lachen- “Nou, mijn opa zei altijd ‘vlees op sterk water vergaat niet, die werd toch 87 toch. Zonder ooit eerder dood te gaan!” Van mijn borrel blijven ze af.
Het vlekje leek ineens te groeien.
“En dan de bollen?” “Bossche of bitter?” probeerde ik hem een adempauze te gunnen, maar het had weinig zin. “Jos, Jos meneer, kijk je dan niet, dat is een criminele misdadiger meneer, die kunnen ze niet vangen, die zit nu in Sierlone. Dat is in Afrika, nou, wat daar zit, dat weet je wel!”
Ik besloot er niet op te reageren, maar zag het vlekje wel van kleur veranderen.
“En dat wisten ze wel, natuurlijk, maar nu gaan ze daar heen reizen, weet u wat dat kost en wie dat betaalt? Wij meneer, alles. En maar bezuinigen op mijn pensioen! Aandelen ze ook al niet meer in de Muts, omdat die een keer zwaaide, nou meneer, ik was in de oorlog en die moffen zwaaiden anders, heel anders. Dat wist mijn vader want die zat in het verzet meneer. Die verzette het allemaal daar! Daarom zijn we nu niet meer bezet zeg maar. Mijn pa!”
Nu zag ik pas dat zijn vlekje vooral groeide door het opzwellen van zijn halsslagader die behoorlijk klopte.
“Maar ja, we moeten het ermee doen. Heb ik al verteld van die dikke fietsen? Vette bijks meneer, nou..,
“Mijn bezoek is er, ik moet nu echt weg.”
En weg was ik. In mijn ooghoek zag ik dat hij een nieuw slachtoffer had gevonden.
De ochtend erop zag ik tot mijn geruststelling geen berichten dat er ergens een man was bezweken aan een gebarsten vlekje.