Laatst moest ik naar een receptie in een stad, een sociale verplichting, waar ik zwaarder tegenop zag dan Hillary moet hebben gedaan toen hij aan de voet van de Mount Everest, samen met Ten Sing zijn klimmaat, niet te verwarren met klimaat, stond.
Het enige wat ik leuk vind aan recepties zijn de bitterballen. Een receptie zonder bitterballen is geen receptie zeg ik maar. En daar waren geen bitterballen.
Alleen maar gala- en andere ballen van mensen die ik niet kende, buiten het feestvarken voor wie de receptie was georganiseerd, een oud collega die niet in staat was geweest vorm en inhoud aan zijn loopbaan te geven en na veertig jaar trouwe dienst vervroegd met pensioen was gestuurd.
Het was in een keurige gelegenheid en er waren allemaal keurige mensen aanwezig van middelbare leeftijd waar de mannen wel voor uitkwamen, en de dames, gezien aan de kleding die meer bloot gaf dan een volwassen man aan kan, niet.
We hadden allemaal een keurig glaasje gekregen van een indrukwekkende ober, die handschoenen droeg, alsof hij straks nog uit inbreken moest, en we voerden keurige gesprekken. Iedereen loog tegen iedereen en ik loog dapper mee, want als je nu eenmaal gaat, moet je ook de cultuur van je omgeving aannemen, nietwaar?
Ook een receptie is per slot een netwerkborrel al durven de marketeers daar niet meteen hun kaartje aan je op te dringen.
De keurige ober gleed intussen rond door de zaal met een blik die een opleiding tot butler in een Engels strafkamp deed vermoeden en hoewel hij toch veel van de van condomisme overladen gesprekken moest horen, geen krimp gaf.
Ik luisterde net vol ongenoegen naar de rijke loopbaan van de man van een in een net te strakke en te blote jurk gewrongen vrouw, die het zelfs tot directeur van de plaatselijke bank had geschopt en een zoon had zoon die al zeven jaar zijn tijd verdeed op de universiteit, maar een zoooo geweldige vriendin, dochter van een directeur nog wel (!) had geschopt, toen de ober, beleefd knikkend, informeerde of hij me nog ergens mee kon van dienst zijn.
“Nee, meneer bitterballen serveren we niet helaas”.
Kortom, ik besloot een van mijn sterke competenties aan te spreken een smoes te verzinnen en te vertrekken.
Ik wilde juist naar de jubilaris lopen om beleefd en met deze smoes afscheid te nemen en me te verplaatsen naar de dichtstbijzijnde cafetaria toen ik het geluid hoorde alsof iemand een papieren zak doorscheurde. Ik keek om en zag de ober de zaal uit vluchten. Even verderop stond de dame die tot haar schande en het plezier van alle andere aanwezigen, finaal uit de jurk was gebarsten en haar overduidelijke Zeeman lingerie aan een ieder toonde.
Even verderop stond de ober, die zijn strakke bovenlip had ingeruild voor een dikke glimlach, die hij moest bekopen met een stevige reprimande van iemand die denk ik zijn baas was.
Hij keek me aan en even later zaten we samen te lachen in een klein maar wel gezellig bruin café met een bordje bitterballen voor de neus.