Bij een kapper die de voorgevel niet heeft opgeleukt met dure woorden zoals hairstylist, barber of haarkunstenaar, kortom een kapper waar de elite met een boogje, de neus ophalend, aan voorbij loopt, zitten een moeder met dochter te wachten op het onvermijdelijke moment dat de schaar erin gaat.
Omdat ook gewone kappers een sociale functie hebben, of dat tenminste denken te hebben, probeert ze een gesprek te beginnen.
“Hallo allemaal, wat leuk dat je er bent.”
“Lijkt de schooljuf wel met haar gedoe.” Reageert het kind dat met hooguit zes lentes blijkbaar erg vroeg in de puber zit.
De kapster gaan aan de slag met de moeder.
“Vroeg wijs uw dochter.”
“Breek me de bek niet open, 5 jaar en nu al puberstreken. Mijn oren worden er doof van.”
Uit de achtergrond klinkt:
“Je bent zelf doof, niet je oren hoor.”
“Kijk dat bedoel ik nou precies.” Reageert de moeder wiens blonde vlokken als herfstdraden afdalen naar de vloer.
“Ze is wel een beetje bleek, is ze soms ziek geweest?” Informeert de kapster vol empathie.
“Nee hoor” klinkt het van achter “mama is donkerder omdat ze hele dag onder de zonnebank ligt.”
Er valt een stilte, slechts verbroken door het geluid van de schaar en het gepiep van de spelcomputer van de kleine.
“Een echte wijsneus hè” doorbreekt de kapster de stilte even later. Helaas…
“Omdat grote mensen te dom zijn”
En ergens heeft ze nog een punt ook.