“T’is me wat met die chinezen. Nou dat weer!”
De jonge man, verward haar en dikke bril keek me ietwat over zijn zware zwarte montuur aan met een blik in de ogen die deed verwachten dat ik een antwoord gaf.
“Ja, ja, de Babi Pangang is niet meer wat het geweest is” probeerde ik, ad-rem als altijd, wat met een verwijtende welhaast dodelijke blik werd beantwoord.
“Stomme boomer” reageerde hij geheel in stijl van de Zoomers, ook wel bekend als generatie Z. verwende kindertjes die opgegroeid zijn met computers, apps en langdurig gepamper.
Ik voelde een generatieconflict naderen en maakte dus een toenadering, wij babyboomers zijn per slot van rekening nog van de dialoog en gevatte humor.
“Natuurlijk bedoelde ik dat niet, grapje!” probeerde ik.
“Deep Seek, ouwe, Deep Seek”.
Ik achtte het verstandig om mijn gewoonte om ad-rem te reageren even te beteugelen, wist het denken aan een bekende film van lang geleden weg te drukken, (wow die Linda toch) en reageerde neutraal, wetend dat er toch een stortvloed van woorden zou volgen, want nerds zijn over het algemeen nog zwakker in de sociale omgang, maar als ze in hun zieltje zijn geraakt, staat er geen rem op.
“Deep Seek, meneer, je weet wel” Nu is “je” het enige woord van jongere generaties dat langer is dan het woord “U“ dat ons is bijgebracht als je met ouderen praat, maar ik besloot, met de tenen gekromd in de schoenen, niet te reageren.
“Deep Seek, een app van Chinezen meneertje” Het is dus geen gerecht, concludeerde ik.
“Dat is veel sneller en beter dan ChatGTP! En het kost niks, nada. En dat allemaal met veel goedkopere processors, kost nog geen 10% van AI van de Amerikanen”.
Het was eruit voordat ik er erg in had “aiii” reageerde ik, maar het drong gelukkig niet tot hem door. Zijn tirade ging verder in een stortvloed van woorden die in de vroegere jaren ’80 nog niet bestonden en mijn vocabulaire aardig aanvulde.
“Natuurlijk omdat de Chinese overheid er geld in steekt” raasde hij door “En natuurlijk omdat ze daar geen cent verdienen.”
“Ja, hier is een beetje ICTer wel erg duur” gaf ik hem gelijk wat meteen weer tot woede leidde.
“Je hebt geen idee wat programmeren is, boomertje, jullie weten niks van programmeren.”
“Nee” gaf ik hem gelijk “In 1982 kocht ik samen met mijn broer een VIC 20 en leerden we in BASIC hele programma’s schrijven, later op de C64 schreven we in machinetaal, hexadecimaal, meteen op de processor. Zes jaar geleden schreef ik de a-portfolio, iets waar een paar ICTers de tanden op kapot beten, maar het lukte mij, met een beetje hulp, wel met die moderne tools, low-code, no-code software. Geen een die nog machinetaal kent.”
Hij keek me aan met een woeste blik. “Maar, maar, nou ja BASIC, wie kent dat nu nog? Het is nu allemaal veel complexer geworden toch.”
“Ja” stelde ik hem gerust “en straks laat je alle code schrijven door Chinese AI toch?”.
“Nee, geen China, dat zijn vijanden toch?”
“Waarom dan geen vrienden worden als je samen veel meer kunt bereiken?””
Hij schudde zijn hoofd, zei nog een keer “Boomers” en droop hoofdschuddend af.
“Zoomers” dacht ik. “Toch eens naar Deep Seek kijken”.