Ik had samen met mijn zoon de wedstrijd van onze favoriete club op televisie gevolgd en daarbij een oude gebracht aan de Schotten die meer liefde brengen in één glas whisky dan Heineken in het totale bestaan in een flesje bocht, waardoor ik ‘s ochtends die donkerbruine smaak in de mond en een grauwsluier over mijn brein had toen ik het dag ritueel begon met het uitlaten van de hond.
Toen ik terug kwam, wat even duurde, de hond had er ook geen zin in, en de deur opende, meldde mijn vrouw dat meneer de Boer er al was. Blijkbaar een medebewoner in het complex dat wij, omwille van leeftijd en gebreken een half jaar geleden waren betrokken.
“Ik had je dat toch gezegd? Dat ik met hem had afgesproken vandaag?”
Uiteraard was me dat ontschoten, het overkomt me vaak en regelmatig, vooral als ik met een verdoofd brein rondloop.
Op de bank, notabene mijn plaats, zat en man met een wat oudere uitstraling die bij navraag slechts twee lentes, ik dacht eerder winters, meer had doorlopen dan ik.
Hij doopte langzaam drie klontjes suiker in de koffie gevolgd door twee kuipjes melk die mijn vrouw hem had aangeboden en roerde voorzichtig met het tevens aangeboden koekje een kolk in het kopje.
“Mooi uitzicht hebben jullie”
“Ja, we zijn er ook gelukkig mee….”
“Ik ben nu alleen, mijn vrouw is vorig jaar van ons heen gegaan,”
Ik durfde niet te vragen of ze nu overleden was of opgestapt en hij gaf ook geen nadere toelichting op het gebeurde.
Er viel een stilte.
“Het is me wat met die gouden helm.” Probeerde ik het gesprek met een actualiteit op gang te brengen.
“Wat is daarmee?”
“Nou die is gestolen?
"Toe maar. Ik heb hem nog gezien in de jaren ’70!”
“Was hij toen ook in ons land of was u in Roemenië?”.
“Nee, gewoon hier, in het stadion, toen nog het sportpark. De speedway! Racen met motoren op de sintelbaan. Dat was leuk hoor. Ging om de gouden helm ja. Kwamen we helemaal onder het zwarte gruis weer thuis ja. Moeder boos. "
Hij lachtte en liet de tekortkomingen van zijn gebit duidelijk zien.
"Goh, is die nu gestolen? Wat erg!”
Hij dronk zijn koffie leeg, stond op.
“Zo dan ga ik maar weer eens.”
Mijn vrouw begeleide hem naar de deur en zei:
“Een keurige man – De Boer. Maar het was geen echt vruchtbaar gesprek.”
Zoals zo vaak sloeg ze de spijker op de kop.