Het was vroeg in de ochtend, maar als bezitter van een hondje en een stijve heup begeef ik me meestal op een vroeg uur reeds de vaak nog slapende wereld in. In de verte gloorde een belofte aan een mooie dag, een morgenstond met goud in de mond zoals het spreekwijs stelt. Ja bedacht ik, Buienradar is leuk, maar Buitenradar spreekt de waarheid!
In eens hoorde ik een geluid gelijk een trein die een net iets te nauwe bocht door probeert te komen, voor de niet reiziger per spoor, een geluid bestaande uit elkaar in hoog tempo tinnitus veroorzakende felle geluiden. Even verderop bespeurde ik een stevig gebouwde man en na iets beter kijken ontwaarde ik aan de lijn die hij in zijn hand geklemd had iets wat me in eerste instantie deed denken aan een langharige cavia, zoals Marc-Marie Huijbregts tijdens DWDD placht te dragen, maar bij nader inzien bleek het een hondje van onbepaalde leeftijd die het geluid voortbracht. Het beestje kwispelde, de dacht ik druk met een behaarde staart, maar dat bleek meet een tremor te zijn zoals zware drinkers vaak hebben, het beestje keek er dan ook, over het schoudertje, soms zorgelijk naar.
Mijn hondje stond het hele schouwspel met een blik van verbaasde verwondering aan staren, maar wende het hoofd, zoveel drukte kan hij, evenals zijn baasje, niet hebben, en liep verder, telkens toch over de schouder kijkend alsof hij wilde weten of hij echt wel had gezien wat hij gezien had.
Het typische van ochtendrondjes is dat ze rond gaan en nadat ik de vrolijkheid rond de blakende nieuwe dag had gedeeld met een nijvere chauffeur die al vroeg een nabij gelegen tehuis voor ouderen bevoorraad had, en richting huis en ontbijt bewoog, kwam het mormeltje vergezeld van dezelfde man, blijkbaar was hun rondje tegengesteld aan het onze geweest, ons tegemoet.
We hielden beide stop, iets wat hondenmensen doen, om zo even te socializen en de honden elkaar neuzen in elkaars zaken te laten steken, maar het keffertje week angstig terug en verschool zich achter zijn eigenaar wat met beider postuur geen grote moeite was.
“Ja, meneer, een grote bek heeft ie wel, maar voor de rest een angsthaasje zoals u ziet”.
Ik kon het alleen maar bevestigen en beaamde zijn stellingname dan ook in woord en gebaar.
“Het zal aan zijn naam liggen denk ik”
Ik zette mijn vragende blik, druk geoefend tijdens mijn werkzame leven.
“Ik noem mijn honden altijd naar mythologische figuren meneer, deze heer Europa!”
In de Griekse mythologie was Europa (Grieks: Ευρώπη, Európê) een Fenicische prinses op wie oppergod Zeus het wellustig oog liet vallen.