frutsels

korte verhaaltjes met een beetje actualiteit

Lentekriebels

De eerste lentedag was al weer even terug toch, maar nu leek het erop dat de lente in volle hevigheid was losgebarsten. Leven de klimaatverandering schreeuwde ik uit, mijn winterdepressie, die maanden geleden de herfstdepressie had verdreven, van de regen in de drup overigens, verdween als sneeuw voor de zon. Het bruiste en pepte mijn gemoed zo op, dat mijn therapeuten meteen in grote vrees verkeerden inzake hun ruime inkomsten, de plaatselijke slijter vulde haastig zijn voorraad aan en de vogeltjes barstten los in een vrolijk koor van getsjilp en gefluit en de lieflijke kirrende klank waardoor de ene koerduif de nabijheid van een andere koerduif opmerkt vulde het struweel, de konijntje ontwaakten uit hun winterslaap en de eekhoorntjes telden de laatste nootjes van de wintervoorraad terwijl de krokussen en narcissen hun kroontjes driftig boven de grond staken. Het lommer was gevuld van warmte van de lentezon, totdat ik Peter zag.
Peter woont ook in het vijfenvijftigplusverzamelgeboouw waar ik samen met mijn grote liefde en huisdieren een jaar geleden in waren getrokken om in alle rust de laatste hoofstukken van ons leven samen door te brengen, en ook op “onze” verdieping. Peter is een zeer getalenteer man, maar dan juist ook met een paar talenten die niet echt aangenaam zijn. Zo kan hij ervoor zorgen dat je binnen tweeëndertig seconden van opperste optimisme in een staat gaat verkeren waarbij je met moeite gedachten tot moord (zelfs zelf) en doodslag uit je hoofd kunt krijgen.
Hij heeft teven het talent om ineens uit het niets te verschijnen, een talent dat we kennen van de conciërges op school, die keer op keer als je een puberale ingeving in uitvoer wilde gaan brengen er ineens waren en Peter was, zo wist hij meerdere keren opnieuw te vertellen, ook jaren conciërge geweest en niet de minste! Zo was hij, zo vertelt hij iedereen, ook die het niet wil horen, gewoon omdat we het allemaal weten, dat hij de enige was die een kopieermachine, die volgens hem een omvang en vermogen had waar een ASML machine bij vergeleken totaal bij in het niets viel, kon bedienen.
Peter vult dan ook een groot gedeelte van de dag met het speuren naar activiteiten die zijn goedkeuren niet kunnen verdragen, een vingerafdruk op de spiegel in de lift, een schuin geplaatste fiets in de stalling, een (naar zijn mening) verkeerd gesorteerde verwijdering van huisvuil, hij merkt ze op en het siert hem dat hij de wandaden ook, zoals een goede concierge betaamd, meteen te herstellen. Een beetje glassex (zoals hij het noemt) op de spiegel is zo gedaan en wie de pech heeft als eerst te passeren wordt meteen van die heldendaad op de hoogte gebracht. Toen ik een keer de doos van een per bezorgdienst gebracht pakketje in de papier container wilde droppen, zag ik hem grote hoeveelheden tempex, dat terecht bij het restafval was gestort, overbrengen naar de container van plastic. Ik raapte alle moed bijeen en vertelde hem dat Tempex restafval is.
“Maar dit is piepschuim en dat is plastic”.
Op het gevaar af strafwerk of erger te krijgen sprak ik hem tegen en liet op mijn telefoon de afvalscheider zien.
“Ja, die weten er ook niks vanaf dus. Plastic is plastic.”
Toen een paar dagen later de milieudienst de containers kan legen, wat hij altijd nauwkeurig volgt, hij was conciërge per slot van rekening, en de mannen enkele onaangename woorden over de massa tempex is de plasticcontainer ventileerden, sloop hij stilletjes weg. De eerste bewoner die hij tegenkwam vertelde hij dan ook dat een of andere onverlaat het piepschuim bij het plastic had gegooid.
“Ze leren het ook nooit!”.
Kortom, toen ik met het vrolijke lentegevoel het thuishonk naderde, voorzichtig had gekeken of Peter op de loer lag en dat zoals vaak verkeerd had ingeschat, verscheen hij ineens, ik schreef het eerder, daar ineens uit het ogenschijnlijke niets.
“Lekker weertje hè, het is lente!”
"Over drie maanden gaan de dagen weer korten" boorde hij het kleine moment van vreugde met een paar woorden de grond in.
Een donkere wolk schoof voor de zon, de koerduifjes en ander gevogelte zwegen, de narcissen lieten de kopjes hangen en de krokussen zegen moedeloos neer.
“Kom op, ouwe mopperpot, geniet er van, de meisjes lopen er weer vrolijk bij.”
“Halfnaakt zul je bedoelen?” sloeg hij de spijker op zijn kop.
“Op school, ik was conciërge…”
Het hele verhaal van de kopieergigant kwam weer voorbij.
“had ik al een verbod op spaghettibandjes uitgevaardigd, wekt alleen maar valse lust op!”
Het beroemde citaat van Frank van Putten “Daar ben ik voor behandeld” schoot me te binnen, maar ik achtte het verstandig dat niet uit spreken.
Eenmaal thuis, de deur veilig achter me zei mijn vrouw:
“Lekker weertje hè?”
Ik zuchtte diep en liet me in een fauteuil zakken.
“Och schatje, ben je Peter tegen gekomen? Zal ik een lekker bakkie thee voor je bereiden?”

Schrijf als eerde een reactie