In een koffiehuis zat een man met een lange regenjas aan. Zijn pet lag naast zijn kopje waar uit hij, genietend en zacht kreunend, zo nu en dan een klein slokje nam, om het genot zo lang mogelijk te rekken.
“Ach, op het moment zit ik een beetje onthand” zei hij tegen de baas van de duidelijk onvoorspoedige onderneming, een dikke kalende man met opeengeklemde lippen, die een golf tegen de bezwaren van het bestaan met moeite binnenhielden, blijkbaar deed hij mee aan “30 dagen zonder klagen”.
“Dat is wel eens zo in het leven, dat het eventjes niet meezit. Maar ja, ik ga er niet aan dood, het komt wel weer goed, eventjes geduld hebben.
Kijk, ik werk al 25 jaar bij dezelfde baas. In de fijnste harmonie, nooit een onvertogen woord. Nou weet ik mijn plaats, ik ben beschaafd in mijn woorden, dus dat zit prima. Maar wat wil nu het geval?”
Hij nam weer een nipje van zijn koffie.
Ik voelde het onheil naderen.
De man zette zijn kopje op het schoteltje dat naast zijn pet stond en zei op de toon van achteloos optimisme waarmee mensen zichzelf voortdurend ten onrechte geruststellen:
“Nou het is mijn baan. Dat zal er niet echt aan te komen. Maar mijn baas had me wel al eens gezegd dat ik zo zuur deed dat ik beter bij de augurkenkoning kon gaan werken. Ja, hij heeft wat humor soms. En ik probeerde zoet te doen, maar dat is niet zo simpel soms.
Maar van de week kwam de directeur en die zei “Het lijkt ons beter dat je eens wat anders gaat doen, je gaat daarom naar personeelszaken, maar wat wil nu het geval…”
Hij dreef de spanning wel hoog op.
“Kom, sla toe” dacht ik.
”Amerikaans bedrijf, die man is dol op die Trump zeg maar. En nou heb ik pas gezegd dat ik me meer vrouw voel soms. En die Trump vind dan dat ik niet besta dus heb ik betaald verlof gekregen tot ze antwoord hebben van daarginds.”
Hij zuchtte nipte aan de borrel die hem werd aangeboden.
“Ik mag nog wel even blijven hoor. En weet u wat die juffrouw zei? Ga even naar dat kantoortje aan de Weverstraat, het UWV. Nou, daar ben ik heen gegaan. En daar is het in behandeling, mijn werk. Dat kan even duren zei die mevrouw, maar het komt wel in orde.”
“En dus liep ik maar een beetje rond op het werk. Beetje kletsen met de mensen. Vragen naar hun problemen, maar die hadden ze niet meer.
En toen kwam die juffrouw van Personeelszaken, dat nu weer anders heet en die zei dat ik maar beter naar huis kon gaan.
En nu zit ik hier dus. Even weg van thuis, vrouw vind het ook niet leuk als ik de hele dag zeur over problemen. Maar het komt wel goed hoor.”
De baas zuchtte diep
“Ja, ja…” zei hij
De man trok zijn regenjas recht, zette zijn pet op, snoot zijn neus, dronk zijn borrel leeg en stapte monter naar buiten.
“Zie je wel, het is droog, het komt goed!”