Er was eens, in een land ver van hier, een acteurtje, dat graag grappige rollen speelde. En omdat de mensen best van grappen hielden en hem daarom leuker vonden dan een andere speler, die liever bij een ander gezelschap speelde, vroegen ze hem om de hoofdrol te gaan spelen in een luchtige klucht.
De mensen vonden het geweldig, maar de baas van het andere gezelschap vond het maar niets.
Deze gesel der mensheid was een forse man die door een veel te tolerante omgeving reeds meer dan zeventig jaar op dit ondermaanse werd geduld. Hij had een lange neus, enge ogen en ook verder het uiterlijk van iemand die voor gangster studeert.
Op een kwade dag besloot deze tiran het theater waar het acteurtje optrad, door een aantal ingehuurde duistere figuren aan te vallen, met het doel het te vernietigen en de acteurs aan zijn eigen gezelschap toe te voegen. Helaas voor hem hadden die mensen daar geen behoefte aan en werd het een lange strijd.
Maar, geheel in de aard van het gezegde van Murphy, bleef de ellende komen. Want in een ander theater, dat het acteurtje steunde, kwam een nieuwe directeur, een soort van menselijke boa-constrictor, boordevol slecht werkende en uit hun evenwicht gerukte organen. De kenner ziet meteen het beeld van zo’n man die je wel eens in een restaurant ziet, met drie onderkinnen, uitpuilende ogen en dikke aderen op zijn voorhoofd, inderdaad ook zo een waar je wel eens een mugshot van ziet. Deze baas had de gewoonte om zich nogal kernachtig uit te drukken. En die had besloten aan te pappen met het andere theater, ondanks dat het een repertoire speelde wat hij enkele maanden geleden nog verachtte.
Ons acteurtje, bekend met de grote stukken uit de wereld, kreeg meteen de regels die Shakespeare ooit uit zijn duim zoog toen hij het stuk Julius Caesar schreef, met name de passage toen Brutus Caesar meteen scherp voorwerp te lijf ging, in gedachten. Maar doordenkend kreeg hij ineens een geweldig plan!
De echte kenner der wereldliteratuur kent natuurlijk het verhaal rond Caesar. Die gaf lekgestoken de geest, reisde naar het hiernamaals en de geschiedenis in, maar zijn maatje Marcus Antonius, betrad de trappen van het capitool en sprak een geweldige rede uit, waarmee hij door middel van complimenten, Brutus zo gehaat maakte, dat tot vandaag de dag zijn naam is gekoppeld aan, laat ik het zacht uitdrukken, minder prettige mensen.
Hij regelde een afspraakje met de nieuwe bovenbaas, koos een kostuum uit de collectie van het theater en gaf aan te willen praten over het gedeeltelijk gebruik van een van de aardige actrices, waar de bruut een paar oogjes op had laten vallen en vaak van droomde.
Bij aankomst keek de directeur met afschuw naar het kostuum van het acteurtje, maar die reageerde, hij was per slot vooral acteur, met de frisse glimlach die men leert bij de verpleging.
De boze reus zag het met genoegen aan en dacht “die heb ik in mijn zak”.
En het acteurtje dacht alleen maar aan de trappen van het capitool, waar Antonius ooit begon met “Mensen van Rome, geef me uw oor!”. Dat publiek had hij nodig.
Geheel volgens plan begon de grote boze tiran samen met zijn maatjes met een potje pesten waar zelfs de grootste belhamels nog wat van kunnen leren.
En hoewel het acteurtje de billen en lippen hard dicht moest drukken, hield hij, mede door de bij acteurs bekende oefeningen, zijn goed humeur. Wat aan de ene kant zijn pestkoppen tot woede en de publieke opinie tot nadenken bracht.
Hij dankte voor de koffie, die echt niet smaakte en vertrok, acte één was gespeeld.
Het volk, gekluisterd aan de beeldbuis, was verdeeld, maar zijn echte vrienden kwamen in actie. En toen was het tijd voor het tweede deel van het plan.
Hij schreef een brief die bijna geheel ontleend was aan Shakespeare, “Ik vind U een geweldig en achtenswaardig man….”
De Boze Dirk kreeg plaatselijk hardheid en een klein nat vlekje, hij was zo trots als een hele kolonie apen met dertien staarten, stuurde wat fans wat DirkPicks en las de brief voor aan iedereen die het wilde horen. "ik, ja ik, ben geweldig en achtenswaardig" zie je wel! "Hij jij daar, heb je al gezien wat er in deze brief staat..".
De eerste mensen begonnen het hoofd te schudden, anderen vonden het nog een beetje geweldig.
Wordt vervolgd.