Kent u “sympathy for the devil”? een rocksong van The Rolling Stones uit 1968 dat verscheen op hun album Beggars Banquet en later in een prachtige liveversie op “Get Yer Ya-Ya's Out!”. Het was de tijd dat songteksten nog een betekenis hadden, een tijd zwanger van de komende veranderingen.
Hoewel ik in de binaire wereld van de jaren ’60 “van de Beatles” was, heb er nu een onuitroeibaar zwak voor en ik zet het als titel boven dit verhaal dat ik, geloof ik, eigenlijk helemaal niet schrijven moet, omdat het tamelijk idioot is allemaal. Maar goed, ik ben nu eenmaal begonnen en dan gaan mijn vingers verder hun gang op het toetsenbord.
Ik weet het, mijn fan, wellicht mag ik al een meervoud gebruiken, mijn fans, verwachten nu een stukje proza met een humoristische ondertoon, maar nee, het gaat me niet lukken vrees ik.
Het gebeurde zo.
Ik was ergens, het doet er niet toe waar, ik kleed mijn verhaaltjes toch meestal aan in een denkbeeldige wereld, waar een aantal mensen ijverig probeerden een conversatie op gang te houden. Je kunt in dit leven twee dingen doen — praten en converseren. Kleine kinderen praten, dat wil zeggen, zij uiten wat zij waarnemen en krijgen dus dikwijls boze blikken, enkel omdat de opvoedkundige tik uit de gratie is geraakt, omdat ze brutaal zijn.
Grote mensen converseren, daar zij hebben ingezien dat hun waarnemingen bijna altijd irrelevant zijn. Goede conversatie is een zuiver akoestische bedrijvigheid, waarbij het hele wezen van de verteller zich op aannemelijke wijze aansluit. Hoe dan ook, het ging niet over voetbal, maar over Amerika, beter de Verenigde Staten van Amerika. En dan over de man die daar de macht cadeau heeft gekregen.
We waren dus druk aan het conserveren, kortom bezig met een dans rond hete brei, toen een man, agent van beroep, riep dat Trump echt geweldig bezig was.
Ik voelde blikken overal op mijn lichaam gericht dacht ik, wellicht of ik bereid was, zoals veel critici op Poetin, uit de vierde verdieping van een gebouw te springen zonder valscherm., door te gaan praten, maar ik slaagde erin, zij het met veel moeite, te blijven conserveren.
“Wellicht slaagt iemand er nog in de situatie door middel van een dialoog te redden”
De agent keek me aan, stak ondanks een rookverbod, toch een sigaartje op, in mijn ogen een blijjk van zijn lak een regels, en blies met een smalende blik een wolkje rook mijn richting uit.
Ik bekeek hem door het wolkje heen en dacht “Die man gaat door met praten…”.
Ik voelde me als iemand die met de linkerhand een loopse teef die de geur van en straffe reu heeft ontwaard in toom te houden en met de rechterhand een oud vrouwtje die gestruikeld is met een tas vol boodschappen overeind te helpen.
Vol verwachting keek het gezelschap me aan.
Hij raaskalde verder “Ik denk dat de mensen daar echt gelukkiger zijn nu”.
Ik keek iedereen aan, het angstweet verdronk mijn bilspleet en geheel in het kader van mijn opvoeding begin ik langzaam tot tien te tellen maar toen ik bij acht aankwam, toen ben ik toch gesprongen, zonder parachute.
Eenmaal weer beneden aangekomen en klaar met praten hoorde ik Mick Jagger zingen “Every cop is a criminal and all the sinners saints”. “Inderdaad Micky, het klopt. Trump is de ” Devil in Disguise”, van Elvis.
En nu bedenk ik me dat ik dit stukje gewoon niet had moeten schrijven, maar ja, nu het toch af is.