logobutton

HRM instrumenten

counseling

HRM en organistie advies

Winkelen

Op een middag voerde mijn vrouw mij mee naar de eens gezellige en drukke winkelstaat in onze woonplaats, waar de grote warenhuizen met een veelheid aan koopwaar zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor enkele exemplaren van de drogisterij die zijn naam ontleend aan een vat wat gevuld is met een explosief, een fors aantal zaakjes waar telefoons en internet worden aangeprezen, een aantal gelegenheden waar koffie en gebak worden aangeboden en tot voor kort de winkel voor huishoudelijke hulpmiddelen die dezelfde naam droeg als de eigennaam van Barend Servet, aangevuld met een groot aantal zaken waar kleding en schoeisel, vooral voor de andere sekse, wordt aangeboden, want ze had, zoals vrouwen plegen te klagen, “niets om aan te trekken”, ten behoeve van de verjaardag van iemand die zelf steeds kleding droeg die, zo denk ik, alleen maar verkocht wordt op markten in afgelegen dorpen en gehuchten.
Mijn diepe afkeer van winkelen is haar bekend, maar als er een kledingstuk moet worden aangeschaft, ben ik onmisbaar als ja-knikker of nee-schudder.
Nadat we een fors aantal uitspanningen gereserveerd voor de damesmode, die eigenlijk niet meer bestaat en daarom neerkomt op een collectie blind naar de mazzel tastende creaties van ontwerpers aan de rand van de zenuwcrisis, waar influencers totaal van in een hysterie raken en mij vaak historisch maken, gezien de verwijzingen naar een ver verleden, kwamen we bij een zaak waar, tot mijn verbijstering, een hele verdieping was gereserveerd voor dames en de mannen het moesten doen met een duister hoekje in de kelder, waar niet eens een roltrap heen liep!
En ook daar vond ze een hoop broeken en truitjes die gepast moesten worden.
Mede lotgenoten weten dat bij dit soort zaken bij de paskamers een soort van strafbank is geplaatst waarop mannen plaats dienen te nemen terwijl de vrouwen zich achter een kuis gordijntje van hun kleding ontdoen om aansluitend de meegenomen keuze aan te trekken.
Op het bankje zat ik samen met een zware man van middelbare leeftijd, tegenwoordig dienen we die als “enorm” te benoemen,  die keek of hij liever was gaan vissen of biljarten, een gevoel dat ik herkende, al heb ik het geduld niet om te vissen en het talent niet voor biljarten.
Samen zaten we dan ook te strijden tegen de corrupte aanvechting aan het eerste het beste kleed, dat ze passen met een sanctionerende knik te bevestigen, alleen maar om eraf te wezen.
Na enig wachten kwam ze naar buiten in een aardige creatie.
"Staat heel leuk,” riep ik.
“Meen je dat nou?” klonk het naast me.
“Ja, ik meen het,” zei ik.
De man plaatste nu zijn handen als een toeter voor zijn mond en riep: “Ik vind ‘t een kreng maar hij zegt dat ‘t je staat.”
Pas nu bemerkte ik dat hij zich richtte tot een klein, kogelrond vrouwtje dat in de buurt van mijn vrouw voor een andere spiegel stond te draaien in een gewaad welke satan persoonlijk in een zeer boosaardige stemming voor de lol had bedacht, om de vrouwelijke soort bespottelijk te maken.
Aldus gekostumeerd trad zij naderbij en zei: “Ik vind ‘m leuk.”
“Nou, ik niet,” antwoordde hij. “Maar ik heb geen verstand van die dingen en die man hier zegt dat-ie je leuk staat.”
“Heus meneer?” vroeg ze.
Ik durfde het niet te weerleggen, samen hadden ze toch al snel meer dan vijftig kilogram gewicht in de strijd te werpen, mocht het tot een handgemeen komen.
Ze huppelden beiden blij naar de kassa en aansluitend de uitgang waar hij me nog even op een knipoog en een opgestoken duim trakteerde.
“Die man van net vond je setje echt heel erg leuk” probeerde ik het pasgeleerde kunstje.
“Die had echt geen smaak schat” Ik kijk nog even verder.


Foto door cottonbro studio
Schrijf als eerde een reactie