In gezamenlijke ruimte van verzorgingshuis “De Avondstond” die sinds enkele maanden is omgedoopt tot GrandCafe “De Maan” is het gezellig. Aan diverse tafels hebben groepjes ouderen plaats genomen om te doen wat ouderen doen, spelletjes spelen, klagen en roddelen.
Ver weg in de hoek op de televisie jammert een zanger die blijkbaar last heeft van hartezeer een lied waarvan alleen de woorden “ Aiaiaiaiaiaaa” doordringen.
Glimschaterend zegt een grote, zware man van met een woeste haardos “Die heb aardig op zijn duim getimmerd”
De anderen aan zijn tafeltje knikken instemmend en nippen aan hun drankjes.
“Ja, het is wat met de AAI tegenwoordig.” Doorbreekt een man die al ver boven zijn haargrens is gegroeid, met een gezicht getekend door het leven.
“Hebben jullie dat gehoord van dat hek bij de labotorium? Hebbe ze alles door dat hek gestolen en dat gaan ze op het dak van de wep verkopen, die boeven!”
“Je snapt er weer eens geen zak van ouwe!” bromt een ietwat kromme gerimpelde man met een geweldige bos spierwit haar op zijn hoofd
“Het is geen hek, maar een hack!”
En de grote zware man knikte, maar meer op de manier van iemand, die een veronderstelling voor de zekerheid, zonder te weten waar het om gaat, maar bevestigd.
“Was toch bij NEC dat ze door de hek gingen en al die voetbal shirtjes hebben gejat?”
Vroeg een grote, indrukwekkende grijsaard die achter zijn glas stond als een gevallen en daarna vergeten apostel, met schorre stem alsof hij juist uit een diepe slaap ontwaakt was.
“Heb je hem ook weer zuchtte” die haardos vermoeid. “Heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de tepel hangt”.
“Het is klepel” reageert de kalende man.
“Weet ik ook wel, ik probeerde grappig te zijn.
“Niet gelukt schat”reageerd de wittebol.
“Nee, dat was geen, hack.” Werd het gesprek weer terug gebracht door de grijsaard, die weer uit een diepe rust was ontwaakt.
“Dat zeg ik toch ook, een hek gek!”
“Ja, maar dat schrijf je anders, het is Engels!”
“Och man, ik ben in Engeland geweest, net na de oorlog, daar hebben heggen, geen hekken!”
“Natuurlijk hebben ze daar hekken, want die koning zit er achter, dat zag ik in Londen. Maar toen was die koning nog een koningin!”
“Het zal allemaal wel dan, ik neem er nog maar een!”
“In Engeland hebben ze ook mooie shirts…”
“Heb je dat dan gehoord van die man van nummer 98? Zijn vrouw dacht dat ze ook gestolen was met dat hek!”
“Hack!”
“De zeg ik toch, ze hadden een kuil onder het hek gegraven”.
“Zegt ie, ‘mijn vrouw kan me helemaal gestolen worden!’ Hij heeft denk ik een slecht huwelijk.”
“Ja, dat heb je zo, ben je verliefd dan kan je d’r wel opvreten en na een tijd je heb spijt dat je het niet hebt gedaan.”
Ze lachen erom maar wellicht wisten ze dat hun huwelijk ook niet meer was wat het was geweest en denken ze dat dat er gewoon zo bij hoort.
“Dat was me wat bij de voetbal gisteren…”
En ze praatten door, met een blik gericht op oneindig en het beetje toekomst dat hen nog restte.