“Goede middag buurtvrouw, zo te zien verkeert u in een staat van opperste opwinding, waarbij, zoals het spreekwijs zegt, de stoom uit de oren komt.”
“Beste man, als taalkenner moet ik u corrigeren. Op de eerste plaats is het niet ‘buurtvrouw’ maar ‘buurvrouw’ op de tweede plaats is het, aangezien ik niet woonachtig ben in een woonplek die links dan wel rechts van uw domiciele gelegen is, geen juiste terminologie waarmee u mij aanspreekt.”
“Beste vrouw, aangezien u op de eerste plaats in dezelfde buurt woont dan mijn persoon, lijkt me buurtvrouw een juist woord, tevens heb ik waargenomen dat u regelmatig, als u vergezeld van een viervoeter waarvan ik, ondanks het gegeven dat het diertje een formaat van een stevig Guinees Biggetje, ook wel Cavia geheten is, denk dat het een Canus Vulgaris, ook wel bekend als Canus Domesticus, in gewoon taalgebruik ‘hond’ buurt, zoals we in het plaatselijk taalgebruik ‘kletsen’ noemen, met andere bezitters van een dergelijk huisdier de benaming ‘buurtvrouw’ zeker correct taalgebruik is.
Edoch, aangezien uw gelaatstkleur inmiddels van rood richting paars aan het veranderen is, lijkt met me dat u in een hoge staat van opwinding, zeg maar woede, verkeert.”
“Zeker beste, nou ja, man. Het is vanwege de scankassa bij die Duitse Supermarkt even verderop in het winkelcentrum.
Ik was druk doende met het bereiden van tomatensoep toen ik, zelfs na uitgebreid zoeken, de pomedori, voor leken minitomaatjes, miste. Dus haastte ik me naar de genoemde supermarkt en teneinde snel weer thuis te zijn, besloot ik de zelfscan kassa, geprezen vanwege de hoge snelheid, te proberen.
Zijn ze allemaal vol met jeugdigen die ieder een niet echt bescheiden voorraad alcoholische versnaperingen bij zich hadden. Stuk voor stuk moest, en zelfs een voor een, sloeg de kassa op tilt en moest een onvindbare medewerker hun leeftijd controleren en aansluitend een half woordenboek verwensingen ondergaan.
Maar na een klein kwartier was er een kassa vrij, ik legt er…”
“Sorry, het woord is leg…”
“Stik in je … Nou ja, leg dat pakje op de scanplaat, zegt dat ding dat ik dat pakje op de naastgelegen weegschaal moet leggen. Doe ik braaf. Zegt dat ding ‘onbekend artikel op de weegschaal, scan opnieuw’ Dat doet, uhh, doe ik tot vier keer toe, dan lijkt het goed te zijn. Wil ik betalen, roept dat ding 'leeftijd controle' na een minuut of tien komt de medewerker, inmiddels een wat stevig manspersoon, langs die wel ziet dat ik van een voldoende gevorderde leeftijd ben, maar nergens alcohol ontwaard en dus vraagt of hij mijn tas en kleding mag onderzoeken, aangezien het systeem zegt dat ik alcohol heb genomen en niet gescand.
‘Doe maar, je vindt niks schatje’ heb ik toen gezegd, enwerd hij boos, want zijn grens was overschreden zei hij. Nou mijn grens ook en dus vlogen de pomedorie door de winkel.
Dat werd niet op prijs gesteld bleek al snel, dus dreigden ze met de politie, die al snel kwam. Die maakten procesverbaal op, namen me mee naar buiten, barsten in lachen uit en lieten me gaan met een stuk papier op zak met daarop een verbod die winkel de komende maand met een bezoek te vereren. Of ik daar ooit nog heen ga!
Nee, geen zelfscan voor mij meer.
Kom ik thuis, blijken er gewoon pomedorie in de kast te staan!
Nou buur, het ga je goed, ik ga even afkoelen.”
“Dag buurtvrouw, even fijn gebuurt samen.”
